Docenten ILS wijzen de weg naar een duurzame toekomst

Design thinking is volgens docenten Linda Hofman en Christianne Heselmans van ILS nodig om toekomstige problemen op te lossen. Afgelopen maanden deelden ze hun kennis met deelnemers van de Masterclass Future Foods Systems, georganiseerd door Fontys Academy for Creative Industries samen met HAS Hogeschool. Een succes. ‘Het werken met systeemdenken in interdisciplinaire teams helpt om om duurzamere voedselsystemen te creëren’, concludeerde Hofman onlangs tijdens een afsluitende bijeenkomst in het Provinciehuis in Den Bosch.

Tijdens de goedbezochte bijeenkomst kroop ze in de huid van een tijdreiziger. ‘Als tijdreiziger heb je tools en een bepaalde attitude nodig, maar ook competenties en een bepaalde methodiek.’ Hofman wees op de problemen van onze tijd en plaatste die in een breder verband. Het is volgens haar goed dat de landbouw zich aan klimaatverandering aanpast, bijvoorbeeld door zonnepanelen te gebruiken voor het opwekken van elektriciteit. ‘Maar voor de productie van zonnepanelen zijn metalen nodig. Hoe duurzaam is de productie van die panelen? En wat gebeurt er met al die mensen die bij de ouderwetse energiebedrijven werken? Als voor een deel van het probleem een oplossing gevonden is, dan kan iets anders instorten. Een holistische visie is noodzakelijk’, benadrukte ze.

Dat geldt ook voor voedselsystemen. ‘Voor een radicale verandering van het voedselsysteem moet je geloven in een betere toekomst. We moeten onze jongeren leren dat ze invloed kunnen uitoefenen op deze mogelijke, liefst voordelige toekomst’,  zo omschreef ze het uitgangspunt van de Masterclass. Dat vraagt om een balans tussen ons leven nu, de keuzes die in het verleden gemaakt zijn en onze visie op de toekomst. Op basis daarvan ontwikkelden Hofman en Heselmans de methode Prototyping for Sustainable Futures with value. Hofman: ‘In deze onderzoeksmethodologie voorspellen we de toekomst niet. We verkennen de toekomst. Als er zoveel te ontdekken is, waarom creëren we dan niet gewoon onze eigen voorkeur voor een toekomst? Het is een normatieve benadering waarin holistisch, mensgericht en iteratief (herhalend) werk van studenten wordt uitgevoerd.’ Dus moeten we tijdreizigers worden, al is het verleden al net zo belangrijk. ‘Niet om te extrapoleren, maar om niet bang te zijn voor de toekomst. We moeten een positieve toekomst zien en vanuit de hoop handelen. We kunnen toekomstige methoden en technieken gebruiken om de toekomst te analyseren en vorm te geven.’

De negen stappen waaruit de onderzoeksmethodologie bestaat, werden door de deelnemers aan de cursus toegepast. Tijdens de bijeenkomsten presenteerden ze hun bevindingen. ILS-studente Doris Tielemans (zie foto) benadrukte tijdens haar pitch het gebrek aan liefde voor ons voedselsysteem. ‘In de toekomst staat onze voorkeur voor voedsel gelijk aan liefde.’ Dat betekent volgens haar onder meer dat landbouwprocessen transparant zijn, dat in de keten eerlijke prijzen betaald worden, dat we tijd nemen om te eten en dat we minder dierlijke producten zullen eten. Om dat bereiken is het nodig dat kinderen weten waar hun voedsel vandaan komt, dat boeren hun verhaal vertellen en dat er meer biodiversiteit is.’ Uit onderzoek na afloop van de masterclass blijkt dat meer dan de helft van deelnemers toekomstgerichter is gaan denken. Hofman: ‘In hun verhalen is dit ook merkbaar omdat ze zichzelf actiever zien als onderdeel van een andere toekomst.’ Toch blijkt het niet gemakkelijk om de toekomst volgens de methodiek van Hofman en Heselmans te benaderen. Dat kost tijd en moeite. ‘Al oordeelden de deelnemers unaniem dat het werken met de methodiek waardevol is.’

Frederik Praasterink van HAS Den Bosch ging tijdens haar inaugurele rede als lector Future food systems ook in op de toekomst van onze voedselsystemen. Zij ziet twee strategieën: duurzame intensivering en een transformatie van ons voedselsysteem. Daarbij denkt ze aan een herontwerp van het voedselsysteem, het opnieuw verbinden van consumenten en producenten en een herwaardering van voedsel in onze samenleving.